James Last werd geboren als jongste kind van een meteropnemer bij de Bremense gasmaatschappij. Vader Louis Last trad in zijn vrije tijd op als amateurmuzikant. Tijdens de Tweede Wereldoorlog volgde Last een muzikale opleiding aan de militaire academie van Bückeburg bij Hannover. Na de oorlog werd hij contrabassist en kwam hij met zijn broers Robert en Werner bij het nieuwe orkest van Radio Bremen. In 1950, 1951 en 1952 werd hij uitgeroepen tot beste jazzbassist van Duitsland. In 1955 verhuisde hij naar Hamburg waar hij als arrangeur/componist werkte voor grote orkesten, instrumentalisten en zangsterren. Ook trad hij er in het huwelijk met Waltraud Wiese, met wie hij een dochter en een zoon kreeg. In 1963 tekende hij een exclusiviteitscontract bij Polydor en in mei 1965 verscheen zijn eerste lp als James Last: “Non Stop Dancing 65”. Buiten zijn medeweten had de platenfirma zijn voornaam gewijzigd (al bracht Polydor in 1966 nog een lp uit onder de naam Hans Last: Ännchen von Tharau bittet zum Tanz). De Happy Party Sound van James Last was echter een feit en de succestrein was vertrokken. Last bracht 190 originele platen uit in elk mogelijk genre. Als componist schreef hij enkele honderden melodieën, waaronder evergreens en wereldhits als Games that Lovers play, The Lonely Shepherd (Der einsame Hirte, thema uit De Verlaten Mijn), Lingerin’ On, Happy Heart, When the Snow is on the Roses en Fool.